Zaterdagochtend. Tijd om boodschappen te doen.
Wat hebben we nodig, Maria?
- Van alles. Vers bruin en wit brood, het liefst gesneden,
melk, eieren, vis, groente en fruit.
De gewone dingen.
O ja, we moeten ook een cadeautje kopen.
Voor wie?
- Voor Serena. Die is jarig geweest.
Vanavond geeft ze een feestje.
Wat zullen we kopen? Bloemen? Een fles wijn?
Chocola is een beter idee.
Daar is ze gek op.
Serena woont in een nieuw appartement,
in een andere buurt.
Hoe komen we daar, Tom?
- Ik weet de weg.
Ik ben er pas nog geweest.
Dat herinner ik me nog goed.
Laten we op de fiets gaan.
Langs het winkelcentrum,
tweede straat links.
Steeds maar rechtdoor,
voorbij de kerk